|
DEN HAAG - Incassobureaus eisen inzage in de gemeentelijke basisadministraties (GBA), om schuldenaren te kunnen opsporen van wie de adresgegevens niet zijn te achterhalen.
Het afgelopen jaar nam het aantal oninbare vorderingen bij deze groep toe met liefst twintig procent. Volgens de Nederlandse Vereniging van Incasso-ondernemingen (NVI) worden malafide burgers 'overbeschermd' door de overheid.
Een werkgroep van ambtenaren schatte onlangs dat zo'n 250.000 tot 500.000 burgers onvindbaar zijn voor schuldeisers en overheidsinstanties als Openbaar Ministerie, politie en Belastingdienst. De NVI verwacht dit jaar 420.000 vorderingen niet te kunnen innen, tegen 350.000 in 2006. Uitgaande van een gemiddelde vordering (700 euro) is een bedrag van ongeveer 294 miljoen euro oninbaar. In deze gevallen gaat het om schuldenaren waarvan de adresgegevens niet bekend zijn.
Incassobureau Intrum Justitia stelt dat het aantal niet te achterhalen schuldenaren 'hand over hand' toeneemt. "We proberen ze op allerlei manieren te achterhalen. Soms komen we er via Hyves achter waar iemand werkt. Zijn de schulden hoger dan duizend euro, dan schakelen we een privédetective in", zegt een woordvoerster. Ook Intrum Justitia, een van de grootste incassobureaus van Nederland, dringt aan op inzage in overheidsbestanden.
De Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB) heeft geen principiële bezwaren incassobureaus toegang te geven tot de gemeentelijke basisadministratie. Er is wel één voorwaarde, aldus voorzitter Cees Meesters. "Dan zou er een keurmerk moeten komen. Incassobureaus die bijvoorbeeld op gewelddadige wijze geld innen, moeten worden uitgesloten." Wie toegang tot de GBA heeft wordt bepaald door Binnenlandse Zaken. Maar ook deurwaarders, die wel toegang hebben tot de GBA, kampen met steeds meer onvindbare schuldenmakers. Volgens de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG), is hun aantal in vijf jaar tijd met tien procent gestegen.
Bron: De Stentor
|